Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

Bodem en bemesting

Bemesting

Niet de plant wordt bemest, maar de bodem. Zonder bodem groeien er geen planten. Alle voedingsstoffen kunnen via de wortels van een plant alleen in opgeloste vorm worden opgenomen. De meeste meststoffen zijn goed oplosbaar in water. Bij veel regenval verdwijnt een groot deel van deze meststoffen naar diepere lagen in de grond, die voor de plant onbereikbaar zijn. Dit verschijnsel heet uitspoelen. Zolang planten goed groeien, is een spaarzaam toedienen van kunstmest aan te bevelen.

Organische mest stimuleert het bodemleven, het brengt voedingselementen in de bodem voor de plantengroei en houdt het humusgehalte van de bodem op peil. Bij het woord mest hoeft hier niet zonodig de associatie gelegd te worden met de onwelriekende geur van verse stalmest. Hoewel stalmest wel degelijk thuishoort in het rijtje van organische meststoffen.

Eigen gemaakte compost, compost die kant en klaar gekocht is, turfmolm en tuinturf, tuinaarde, potgrond, kokosnotenvezels, kippenmest e.d. zijn allemaal organisch materiaal. Organische mest voegt volume toe aan de grond. De aanwezige voedingsstoffen in de organische meststoffen zijn meestal niet direct beschikbaar voor de plant; ze moeten eerst verteren.

Dit gebeurt met behulp van bacteriën en schimmels die in de grond leven. Vers aangebracht organisch materiaal bevat veel poriënvolume dat zuurstof bevat. Aanbrengen en onderwerken van organisch materiaal brengt dus veel zuurstof in de grond.

In onderstaande tabel staan de bestanddelen van de verschillende organische mestsoorten van dierlijke oorsprong.

dierlijke oorsprong

plantaardige oorsprong

oorsprong buiten de landbouw

  1. stalmest
  2. mengmest
  3. droge mest
  4. gier (niet geschikt)
  1. groenbemesters
  2. oogstresten
  1. slib van waterzuivering
  2. afval van de voedingsindustrie

Tabel 1: organische bemesting

Benodigde voedingsstoffen voor een plant:

Voedingsstoffen, die een plant voor een goede groei en bloei nodig heeft zijn:

NPK:

  • stikstof (N): voor de opbouw van cellen en groei, N verhoogt de opbrengst, wanneer we spreken over de vegetatieve delen van de plant (bladeren, stengels) en de wateropname;
  • kali (K) versterkt de cellen van de plant, zodat ze 'houtig' worden. Het zorgt voor bescherming tegen vorst en felle zonneschijn;
  • fosfor (P) is vooral nodig voor de vorming van wortels, bloemknoppen, bloei en vruchtzetting;
  • ijzer (Fe) voor de binding van zouten;
  • magnesium (Mg);
  • voor de aanmaak van chlorofyl;
  • overige sporenelementen zijn: borium (B), zink (Zn), mangaan (Mn), koper (Cu). Dit zijn allemaal
    elementen die nodig zijn om de weerstand en gezondheid van de plant te verzekeren en te versterken.

Ontbreekt een van deze elementen, dan vertoont de plant gebrekverschijnselen. Het bodemleven, nodig voor de omzetting van o.a humus, verbetering van de waterhuishouding en luchttoevoer, floreert beter in een milieu dat rijk is aan deze voedingsstoffen en sporenelementen (sporenelementen zijn onmisbaar voor de plant, de opname gebeurt slechts in kleine hoeveelheden). Om het bodemleven te respecteren, verkiest men organische meststoffen boven chemische meststoffen (anorganisch).

Er mag NOOIT vers stalmest tussen of onder de wortels (verbranding) worden aangebracht. Bij de aanplant kan men compost toevoegen, op zandgrond echter, mengt men best de compost onder de grond. Op leemgrond moet compost niet onder gemengd worden, omdat er veel meer werking van regenwormen is.

Zij trekken de compost zelf wel naar beneden en mengen hem met de grond. Bij de aanplant van fruitbomen geef je een basisbemesting. Deze bestaat uit compost en verteerd stalmest. Kunstmest kan eventueel ook. Indien de grond te zuur is, moet er eerst bekalkt worden, daarna volgen dan pas de andere meststoffen. De hoeveelheid meststoffen die toe gediend moeten worden, hangen af van:

  1. de natuur van de grond: in een lichte grond moet je zwaarder bemesten dan in een leem- of kleigrond;
  2. de voedingstoestand van de grond: het bouwland zal steeds rijker zijn aan voedingsstoffen dan weiland;
  3. de uitslag van de grondontleding.

In de winter is het gebruik van een halve tot één kruiwagen compost en een halve tot één kruiwagen stalmest voldoende per boom. Wanneer je echter te maken hebt met woelmuizen, dan dient deze compost en stalmest pas in het voorjaar gegeven te worden om te voorkomen dat de muizen zich in de winter hierin gaan nestelen en de wortels van de bomen gaan opeten. In de laatste herfst dient de overschot dan verwijderd te worden om dezelfde reden.

Dit stalmest kan afgewisseld worden met de ene keer rundermest en de andere keer paardenmest, omdat je dan een verschil in voedingsstoffen hebt. Kippenmest kan beter niet gebruikt worden, dit zorgt voor verbranding. Als het stalmest goed verteerd is met stro ertussen dan is afwisseling niet noodzakelijk. De eerste jaren is het zinvol om elk jaar compost aan te brengen, nadien profiteert hij mee van de bemesting van de weide.

In de tuin is het wel aan te raden om jaarlijks te bemesten met compost, omdat je hier niet de rijkdom van een vaak gemeste weide hebt. De hoeveelheden hangen telkens af van de grondsoort. Bodemontleding is in alle gevallen nuttig en aan te raden.

Op zandgrond zal uiteraard vaker en meer moeten bemest worden dan op leem - of kleigrond. Dit komt door de uitspoeling van meststoffen op zandgronden. Op leem - of kleigronden volstaat een bemesting voor de eerste moeilijke jaren van de boom. Chemische meststoffen mogen echter toch niet vergeten worden.

Zij dienen om de eventuele tekorten van stalmest aan te vullen. In de lente of de zomer moet de boomspiegel opgestoken worden met een spitvork. Vervolgens moet je mulchen met grasmaaisel. Dit dient vooral tegen uitdroging. Goede grond met plantencompost voorkomt dat je veelvuldig moet gaan bemesten.

Een laagje plantcompost rond de boom leggen, vooral tijdens de zomer, is zeer goed en bevordert de groei en gaat uitdroging tegen. Meststoffen kunnen in het voor- en in het najaar gestrooid worden. Wees wel zuinig met overmatig gebruik van chemische meststoffen. Zo zal de bodem verzieken en vermindert het afweersysteem van de planten. Organische meststoffen zijn minder agressief en veel beter in gebruik.

 

 

Bemesting van onze fruitbomen

Juist en goed bemesten van geteelde planten, waaronder ook onze fruitbomen is niet zo eenvoudig. Alle elementen moeten immers in de juiste hoeveelheid en in de juiste verhouding toegediend worden. De voedingsstoffen moeten ook op het gepaste ogenblik aanwezig zijn.

Wat hebben onze fruitbomen nodig ?

Stikstof (N): groei
Fosfor (P): vruchtvorming en opbouw
Kalium (K): kleur en vruchtvorming
Kalk calcium (Ca): cellen, bouw, celkernen en stevigheid voor de bomen
Magnesium (Mg): voor bladgroen
Mangaan (Mn): voor blad en stengel
Koper (Cu): voor topgroei. Gebrek aan dit element komt niet zo vlug voor, wel op lichte grond.
Zink (Zn): bloem + bevruchting

Het zijn vooral de 4 hoofdelementen die regelmatig moeten toegediend worden.

Organische meststoffen waaronder stalmest, de voornaamste meststof, mogen en moeten elk jaar in de herfst toegediend worden. Stalmest is ook een volledige meststof, bevat per 1000 kg: 4 à 6 kg stikstof, 3 kg fosfor, 2 à 4 kg kalium en 5 à 6 kg kalk en ook wat minerale elementen.

- Hoeveelheid per boom :   minder dan 5 jaar geplant: 35 kg
- 5 à 10 jaar geplant: 50 à 60 kg
- Meer dan 10 jaar: 75 kg
- Uitstrooien in een cirkel op de jonge wortels.

Compost

Zelfgemaakte tuincompost bevat veel organisch materiaal, maar de inhoud aan voedingselementen is meestal aan de lage kant. Deze compost kan zeer goed gebruikt worden bij het planten (plantputten). Door OVAM gekeurde compost geeft meer zekerheid wat voedingswaarde betreft.
Toedienen: november-december of februari-maart. Jonge bomen minder dan 5 jaar geplant: ½ kruiwagen; andere 1 kruiwagen. Meer dan 10 jaar: 2 à 3 kruiwagens (60 l of zandneus – kruiwagen)

Stikstof (N)

Onder vorm van organisch mest: gier 10 l per boom. Grote bomen 20 l.(Let wel: richtlijnen mestactieplan!), kippenmest, duivenmest… 2-3 kg droge mest aan jonge bomen, andere 3-5 kg) Niet te veel! Anders te sterke groei en late vruchtbaarheid.

Toedienen: maart of vlak na de bloei

Kunstmest: Landbouwammoniaknitraat: 30-35 gr per m2 uitstrooien, onmiddellijk na de bloei. Kalkcyaanamide: februari-maart, ongeveer dezelfde hoeveelheid: 8 à 12 kg per are.

Fosfor

Beendermeel als organisch product, uitstrooien februari-maart: 8 kg à 10 kg per are (100 m2), 80 à 100 gr per m2.
Kunstmest : tweekalkig fosfaat uitstrooien tussen einde februari en einde maart: 8 à 10 kg per are, 100 gr per m2.
Eenkalkig fosfaat : uitstrooien maart-april, 60 à 70 gr per m2 of 6 tot 7 kg per are.

Kalium (K) (potas)

Ruwe potasmeststoffen zoals sylviniet, kaïniet worden uitgestrooid in november-december. Niet uitstrooien met de blote handen. Deze meststoffen worden niet zoveel meer gebruikt alhoewel zij toch hun goede eigenschappen bewezen hebben.

Om de 3 à 4 jaar gebruiken is aan te bevelen. Hoeveelheid : 8 à 12 kg per are.
Zuivere kaliummeststoffen, zoals potassulfaat of kaliumsulfaat, strooit men begin maart uit over 6 tot 8 kg per are. Patentkali benut kalium en magnesium.

Magnesium

Alleen te gebruiken indien de planten werkelijk magnesium te kort hebben. Men gebruikt dan magnesiumsulfaat: 1 à 3 kg per are of 100 à 500 gr per boom. Grote bomen 3 kg. Niet te veel toedienen. Best de grond laten ontleden. (Bodemkundige Dienst van België, De Croylaan 53, Heverlee-Leuven)

Mangaan

Alleen bij gebrek toedienen (grondontleding). Zink, koper, boor, molybdeen : alleen bij gebrek aan deze elementen. In het algemeen is het aan te raden kunstmeststoffen of chemische meststoffen in het voorjaar uit te strooien, na de grond rond de bomen oppervlakkig losgemaakt te hebben. Zo kunnen deze meststoffen niet uitspoelen door (te veel) de regen. Gezien wij de laatste jaren veel regenneerslag kennen, zelfs tot 80 l per m2, is het aan te raden onze jaarlijkse bemesting te verschuiven naar februari-april.

Juist en goed bemesten is dus niet zo eenvoudig. Daarom is een grondontleding aan te bevelen om de 3 à 5 jaar. Voor hoogstamboomgaarden is zelfs een grond profilering aan te bevelen en dit voor de planting. Dit zal menige liefhebber problemen voorkomen.

  1. Profilering: bodemonderzoek tot 1 m 25 diep. Kostprijs vermoedelijk  € 1500.
  2. Gewone bodemstaal : € 50 à 75.

Heb je vragen, schrijf gerust naar de Nationale Boomgaardenstichting. Wij zijn er om je te helpen.

 

© 2014 Boomgaardenstichting