Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

Biotoop

De "boomgaard" als biotoop

DE TIEN GEBODEN voor een ecologisch interessante hoogstamboomgaard

Om een hoogstamboomgaard aan te leggen die niet enkel mooi is en smakelijk fruit oplevert, maar waar ook de natuur een plaatsje wordt gegund zijn er een aantal aanbevelingen.  Naarmate meer van deze aanbevelingen kunnen worden opgevolgd zal de natuur er ook beter van worden.

  • Groot (liefst 100 tot 300 bomen en meer. Er is een positieve relatie tussen het aantal soorten en de oppervlakte). Aansluiting met een parkachtig landschap buiten de boomgaard kan ook al helpen.
  • Soortenrijk. Waardevolle hoogstamboomgaarden bevatten meerdere fruitsoorten, met een overwicht van appelbomen en perenbomen (holtes).
  • Het plantverband is niet te klein zodat ook plaatselijk de zon de bodem kan bereiken. Toch moet het aantal bomen/ha minstens 20 zijn, omdat anders de schade aan de bomen door té intensieve betreding door vee voor beschutting te groot wordt.
  • Structuurrijk. De boomgaard bevat vele KLE zoals hagen, houtkanten, braam-struweel, ruige hoekjes, poelen, gebouwtjes, zoomvegetaties. Een haag is interessant voor soorten als geelgors, zwartkop, merel, fazant, tuinfluiter, heggenmus, winterkoning, kneu, … Ook het behoud van een wat ruige zoomvegetatie bevordert om tal van redenen sterk het belang van een hoogstamboomgaard voor dieren.
  • Rijk aan dood hout in de vorm van (snoei)houtstapels en houten (niet behandelde) weipalen.
  • Biocidenarm. De boomgaard wordt haast niet met biociden behandeld of te zwaar bemest.
  • Extensief beweid. Beweide hoogstamboomgaarden zijn het waardevolst voor vogels, omdat enkel rond een beweide boomgaard hagen staan, omdat mest en vee voor veel insecten zorgen en omdat kort gras het foerageren op bodeminsecten en wormen sterk vergemakkelijkt. Paarden zouden negatiever zijn dan ander vee, omdat ze zich te onstuimig gedragen. Toch neemt net beweiding door paarden toe. Eigenlijk zijn schapen het best, omdat ze het minst bodemverdichting veroorzaken: slechts 1 – 4 cm versus 10 – 15 cm bij koeien.
  • Een boomgaard met nestkasten. Omdat gemiddeld maar een goede 1% van alle hoogstambomen een geschikte nestholte voor de steenuil bevat, kunnen nestkasten het nestaanbod drastisch doen stijgen.
  • Gelegen in een halfopen landschap met bos, hooiland of weiland.
  • Vrij om (planologisch) oud te worden. Vanaf 30 – 40 jaar ontstaan pas holen. Zo stijgt  het aantal holen vanaf een stamomtrek van 90 cm erg snel. Geen enkele boomsoort geeft overigens zo snel geschikte holen als hoogstam appel- en perenbomen. Ook voor insecten als oorwormen, hoornaar en voor (vleer)muizen en zelfs de steenmarter zijn holen erg waardevol. We moeten echter wel beseffen dat oude bomen veel minder kwaliteitsfruit geven.

 

© 2014 Boomgaardenstichting