Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

De Aziathische fruitvlieg - Drosophila Suzukii

 

 

 

De Aziatische fruitvlieg Drosophila suzukii baart ons zorgen, ook en vooral in de hoogstam kersenbomen

Sinds de zomer van 2016 worden de kersen massaal aangetast door de Aziatische fruitvlieg Drosophila suzukii, waardoor de kersen niet meer geconsumeerd kunnen worden. Zelfs de vroegst rijpende variëteiten, zoals de Bigarreau Burlat en Early Rivers, de welke nog ontsnapten aan de infectiedruk van de Europese kersenboorvlieg, worden massaal aangetast door Drosophila suzukii. In dit kader hebben we tijdens het seizoen 2016 een onderzoek verricht naar de populatie en de biologische bestrijdingsmogelijkheden of beheersmaatregelen van zowel de Europese kersenboorvlieg (Rhagoletis cerasi) en de Aziatische fruitvlieg (Drosophila suzukii).

Voor de herkenning van de schadebeelden verwijzen we naar de brochure “Drosophila suzukii herkennen en aanpakken: do’s en don’ts”.

Tijdens het voorjaar en de zomer van 2016 voerden we op drie hoogstamboomgaarden van de Nationale Boomgaardenstichting een oriënterend onderzoek uit naar mogelijke hygiënische en/of bestrijdingsmaatregelen op het percentage aangetaste vruchten. Verschillende biologische methodes werden uitgetest op de locaties ‘Hern Dorp’ (St Huibrechts Hern), ‘Keizel’ (Diepenbeek) en ‘boomgaard PVL’ (Heks):

  1. Wegvangen van de Europese kersenvlieg met gele lijmvallen, al of niet in combinatie met feromonen (2 x 2 proefobjecten).
  2. Wegvangen van de Aziatische fruitvlieg d.m.v. een appelciderazijn in een rood recipiënt.
  3. Jaarlijks volledig afplukken (goede en aangestoken, rotte… kersen) van de bomen in de boomgaard of een deel van de boomgaard om de opbouw van de populatie te verminderen.
  4. Afdekken van de bodem d.m.v. zwarte antiworteldoek om het uitvliegen van de kersenvlieg uit de bodem te verhinderen.

 

Werkwijze & bevindingen:

Wijze 1: Het wegvangen van de Europese kersenboorvlieg met gele lijmplaten.

Het oriënterend onderzoek werd uitgevoerd op 2 locaties (2 herhalingen) waarbij  in telkens 5 hoogstam kersenbomen van 5 verschillende variëteiten (Kordia, Hedelfinger Riesenkirsche, Schneiders Späte Knorpelkirsen, Bigarreau Napoleon en Regina) 1 gele lijmval/boom werd uitgehangen en in een andere boom (van dezelfde 5 voornoemde variëteiten) 5 gele lijmvallen per boom.  De variëteiten Hedelfinger Riesenkirsche kregen vanaf 10 juni 2016 een capsule feromoon bijgehangen op de lijmplaat.
De vangsten van Rhagoletis cerasi op de gele lijmplaten waren overvloedig, evenals de bijvangsten van allerlei vliegensoorten, motjes, muggen… Vanaf  13 juni 2016 konden de eerste vangsten van Rhagoletis cerasi genoteerd worden.  De telling van 4 juli 2016 gaf de grootste stijging weer in de tellingen(> +35 per lijmval).

Aangetaste vruchten:

Drosophila suzukii konden we bemerken op de rozig kleurende kersen (voor de rijping) wanneer ze daar massaal eitjes aflegden. Op 28 juni 2016 konden we op de vroegst rijpende variëteiten de Aziatische fruitvlieg opmerken.
Tijdens de pluk was de aantasting op de vroegst rijpende kersen massaal. Daar de Europese kersenvlieg normaal te laat komt om nog ei-afleg te hebben op deze vroege kersen, hadden we hier te maken met 100% Drosophila suzukii aantasting. De aantasting op later rijpende variëteiten kon niet meer uitgesplitst worden tussen beide types.  We konden wel een zekere cyclus vaststellen in de aantastingsgraad en dit zal zeker te maken hebben met de opeenvolging van generaties van de Drosophila suzukii. (Dit werd bevestigd tijdens een overleg met de onderzoeker van PCFruit: ir. Tim Beliën).

De eerste generatie Drosophila suzukii ontwikkelt zich op de vroegst rijpende kersenvariëteiten. Daar er verhoudingsgewijs niet zo veel bomen van deze variëteiten in het landschap te vinden zijn, worden de aanwezige vroege soorten massaal geïnfecteerd door de Aziatische fruitvlieg. Ze konden dan ook niet geplukt worden. De aantasting was nagenoeg 100% vanaf het moment dat de vruchten amper plukrijp werden. Na deze eerste generatie merkten we een dip in de aantastingsgraad. De middentijds rijpende variëteiten konden we nog plukken zo lang ze niet heel donker (volledig boomrijp) waren.  Zodoende kon er gedurende 7 tot 10 dagen geplukt worden met een zeer beperkte aantasting. Nadien, wanneer de middentijdse variëteiten volrijp werden en de laat rijpende rood verkleurden was de aantasting terug nagenoeg 100% en moest de  pluk gestaakt worden. Op dat moment waren de maden van de 2de generatie Drosophila suzukii op kersen ontloken en maakten ze de vruchten op zeer korte tijd oneetbaar (azijnzure smaak, snelle verrotting). Meestal vinden we meerdere maden per vrucht.

Voorlopige conclusies:
De aantasting van de Europese kersenvlieg wordt helemaal overschaduwd door de Aziatische. De eerste focus ligt nu in het bestrijden van deze laatste!  Het is een hele uitdaging om de bestrijding ecologisch verantwoord te doen; naar volgend seizoen toe moeten we brainstormen welke maatregelen we kunnen uittesten.
à  Voorgaande seizoenen konden we met het ophangen van gele lijmvallen + feromonen de populatie van de Europese kersenvlieg voldoende onder controle houden om de aantastingsgraad onder de 5% drempel te houden, toch zeker tot een groot gedeelte van het plukseizoen. Sinds de zomer van 2016 wordt de aantasting volledig  ‘overruled’ door de Drosophila suzukii, zodat de aantastingsgraad van de Europese kersenvlieg nog moeilijk vastgesteld kan worden en van totaal ondergeschikt belang is.

Tijdens het seizoen 2017 was de totale kersenoogst in de hoogstamboomgaarden van de NBS verloren door de nachtvorstschade van 19 op 20 april 2017. Hierdoor konden we geen extra testen uitvoeren tijdens de afgelopen zomer.

 

Wijze 2: Wegvangen van de Drosophila suzukii door middel van een lokvloeistof.

In telkens vijf bomen op bovengenoemde locaties met de genoemde variëteiten werden per boom een rode val uitgehangen met een lokvloeistof voor de Aziatische fruitvlieg (Drosophila suzukii). In eerste instantie werd er voldoende tijd besteed aan de studie en informatiewinning van de aanwezige kennis en ervaring in de beheersing van Drosophilla suzukii.
De onderzoeksgegevens, adviezen en ervaringen van de onderzoekers op PCFruit en de Nederlandse Dienst Landbouwvoorlichting werden opgevraagd. Met de commerciële firma’s ‘Biobest’ en ‘Vlamings’, gespecialiseerd in de biologische bestrijding van vele plaaginsecten, werden monitoring en wegvangmethodieken besproken.  Hieruit werd een oriënterende proef opgezet met het doel zo veel mogelijk Drosophila suzukii vliegen weg te vangen uit de buurt van de hoogstam kersenbomen. 

Ervaringen:
Het wegvangen resulteerde nog tamelijk goed voor de rijping (eerste rozige kleur op de ontwikkelende kersen). Eénmaal er rijpende vruchten in de boom kwamen, hadden de Drosophila’s duidelijk een voorkeur voor de kersen en werden de vangsten in de lokvloeistof steeds minder. De huidige lokvloeistoffen kunnen enkel dienstig zijn om de infecties op de vroegst rijpende variëteiten met enkele dagen uit te stellen. Het totale effect tijdens het plukseizoen is verwaarloosbaar.

In Italië loopt er een onderzoek naar het feromoon. Misschien komt er in de toekomst een mogelijkheid voor een effectiever lokmiddel, of voor feromoon-verwarring.  Onderzoek bij PCFruit meldt dat de afleg van eitjes op de vruchten van de Europese vogelkers (Prunus padua) leidt tot larven die afsterven in de vruchtjes…; mogelijke toepassingen in het beheersen van de populatie…??

 

Wijze 3: Populatiebeheersing door het leegplukken en het verwijderen van zo veel mogelijke aangetaste kersen uit de boomgaard.

Deze methode was tamelijk effectief bij de beheersing van de Europese kersenboorvlieg, zeker in combinatie met graasdieren en/of kippen die gevallen vruchten graag verorberen, wanneer het aantal kersenbomen in de boomgaard niet te groot is. In de boomgaard PVL te Heks passen we deze methode reeds enkele jaren toe, waarbij de infectiegraad met maden van de Europese kersenboorvlieg de laatste 2 jaren gedaald is tot onder de 5% grens van het aantal geplukte vruchten.

Resultaten en ervaringen:
In 2016 hadden we een minder goede  efficiëntie door de Aziatische fruitvlieg. Hiervoor zijn hygiënische maatregelen van essentieel belang en het vermijden van al te veel invlieg vanuit de omgeving (deze fruitvlieg kan zich sterk vermeerderen op aardbeien, bessen, frambozen, bramen, druiven…), maar deze rijpen meestal tijdens of na de kersenoogst. De ervaring leert ons dat Drosophila suzukii zich verder kan verplaatsen en reeds vroeg in het kersenseizoen invliegt vanuit naburige vroeg rijpende kersenbomen. We trachten de opbouw  van de Drosophila suzukii populatie in de kersenteelt te minderen door ander rood zachtfruit te vermijden uit de omgeving van de kersenbomen! In de directe omgeving van de proefboomgaard worden wel wat aardbeien, frambozen en bessen geteeld, waardoor invlieg mogelijk was. Dit uitte zich vooral in een sterkere uitbreiding van de infectie bij de late variëteiten en vooral wanneer er gewacht werd met plukken tot een goed gevorderd stadium van rijping.  Opmerkelijk was wel dat veruit de hoogste infectiepercentages gevonden werden in de onderste regionen van de boomkruinen. Dit duidt op het feit dat de Drosophila suzukii niet houdt van een winderige omgeving. Enkel in de meer windluwe delen onderaan en binnenin de kroon werden er bij de laatste pluk meer dan 50% van de vruchten aangetast, terwijl in de toppen van de hoogstambomen tot maximum  10% aangetaste vruchten werden geteld.

 

Wijze 4: Afdekken met antiworteldoek.

Voor de Europese kersenvlieg had de bodemafdekking nog enige zin. Ervaringen van de laatste jaren leerde ons dat de grootste herbesmetting kwam van vliegen die in de buurt van de onderzochte kersenboom uit de grond ontpopten. Wanneer we er voor zorgden dat er zich relatief weinig maden in de bodem onder de bomen konden geraken en zich daar verpoppen om te overwinteren (bomen goed leeg plukken, gevallen kersen laten verorberen door vee of kippen die er zich onder de bomen aan te goed deden…), dan merkten we een sterk verminderde infectiedruk het jaar nadien. Dezelfde vaststelling konden we maken bij bomen die een bepaald jaar nauwelijks of geen productie hadden omwille van lentenachtvorst, massale vogelschade… Let wel: de poppen van de Europese kersenvlieg kunnen wel 2 seizoenen overbruggen, een (beperkt) aantal zal pas in het 2de voorjaar na de verpopping uitvliegen. Door de bodem goed af te dekken tijdens de periode van de ontpopping (juni/begin juli), verhinderen we de vliegen om weg te geraken uit de bodem en zal de besmetting van de bomen waaronder de afdekking geplaatst werd veel beperkter zijn. We merken wel een invlieg van naburige percelen. In een gebied met veel kersenteelt is dit moeilijk te vermijden, maar deze infectiedruk is eerder beperkt, zodat we de schade relatief makkelijk onder de 5% konden houden.

Conclusies:
Door de interactie van de Aziatische kersenvlieg is dit van geen tel meer. De invlieg vanuit naburige percelen en teelten is vele malen groter, zodat de afdekmaatregel nauwelijks nog invloed heeft op de plukbaarheid van de vruchten. In de meeste situaties is het ons nog niet gelukt om de aantastingsgraad onder de 30% te houden, zeker niet wanneer we de kersen tamelijk rijp willen laten worden op de bomen. 

De Aziatische fruitvlieg kan als adulte (volwassen) vlieg overwinteren. Ze zullen zich verschuilen in schorsspleten ed. Daarom zal de afdekking van de bodem hier geen invloed op hebben.

 

Algemene aanbevelingen:

In fruitregio’s waar veel kersen en zachtfruit geteeld wordt, maar ook in gebieden met veel besdragende planten in de natuurlijke omgeving zal de Aziatische fruitvlieg een probleem blijven voor deze vruchten. Zowel de professionele telers als de liefhebbers met tuinen en boomgaarden zullen in de toekomst alle mogelijke maatregelen moeten nemen om de populatie van deze vlieg te beperken. Voor de liefhebbers zal een chemische bestrijding niet aan te raden zijn; de biologische maatregelen staan nog niet op punt. We zullen in de toekomst verder nadenken over mogelijke beheersmaatregelen en deze uittesten.

Voorlopig kunnen we aanbevelen om:

  • De kersen zo vroeg mogelijk plukken, vooraleer ze volledig boomrijp zijn.
  • Geen rottend fruit in de boomgaardomgeving gooien, maar dit in een afgesloten plastic zak verpakken en enige tijd in de zon leggen, zodat eventueel aanwezige larven afgedood worden.
  • Kersenbomen telen met een zo open mogelijke kruin, zodat de wind vrij spel krijgt in de boomkroon.

 

 

 

© 2014 Boomgaardenstichting