Nationale Boomgaardenstichting vzw
Leopold III-straat 8
3724 Vliermaal
tel.: +32 (0)12 39 11 88
fax: +32 (0)12 74 74 38
info@boomgaardenstichting.be
NBS30jaar

Beheersing v/d schimmelpopulatie

De schimmelpopulatie in een onbehandelde boomgaard (zero input pesticiden) manifesteert zich heel anders dan in boomgaarden met regelmatige behandelingen. In de NBS hoogstamboomgaard (onbehandeld collectieperceel appel en peer), gesitueerd op ‘De Keizel’ te Diepenbeek en op het collectieperceel Gulmer (onbehandeld, laagstam appel, intensief geplant) hebben we in 2016 oriënterende waarnemingen gedaan naar de aanwezigheid van schimmelinfecties van witziekte (Podosphaera leucotricha) en schurft (Venturia inaequalis).

 Bij de hoogstammen konden we vruchtschurft vaststellen op enkele zeer gevoelige (Golden-achtige) variëteiten (4x) en bij een 5tal perenvariëteiten, vooral bomen waarop ook takschurft voorkomt. De overige bomen waren zo goed als schurftvrij, zowel op vrucht als blad. Het perceel Gulmer bevat 610 appelbomen. Hiervan was er enkel een zware schurftbesmetting op de variëteit Golden Delicious (2 bomen), een variëteit die erg gevoelig blijkt voor de schurftvariant die in onze streken veelvuldig aanwezig is. Twee andere variëteiten (Peperappel en Frambozenappel) vertoonden slechts enkele schurftvlekjes op de vruchten. De andere 456 variëteiten (606 bomen) bleven schurftvrij, ondanks het feit dat de omstandigheden voor schurftinfecties in het voorjaar 2016 erg gunstig waren. Witziekte komt meer frequent voor, ongeveer 10 % van de bomen hebben een lichte besmetting op de bladeren en sterk groeiende scheuten. Op de vruchten hebben we weinig of geen symptomen gemerkt.

Deze oriënterende studie doet ons besluiten dat er in percelen met ‘zero input’ relatief weinig infectiedruk is van de meest  problematische schimmels uit de klassieke appel- en perenteelt of dat deze schimmels de variëteiten moeilijk kunnen infecteren. Een hypothese is dat er binnen een ongestoord ecologisch systeem voldoende antagonisme en/of predatie aanwezig is die de populaties onder controle houden. Een ander groot verschil met een commerciële beplanting is dat de NBS aanplantingen een zeer grote genetische variatie bevatten. Mogelijks is dit ook van groot belang voor de beperkte opbouw van de onderzochte schimmelpopulaties. Enkel zeer gevoelige variëteiten worden wel aangetast, ook al is de infectiedruk van de schimmelpopulatie erg laag.

Een andere denkpiste voor de verklaring van deze zeer lage schimmelinfecties heeft te maken met de natuurlijke weerstand van de bomen tegen ziektes en plagen. Het weefsel van zowel bladeren als vruchten kan een grote barrière opbouwen tegen schimmels wanneer het niet verzwakt wordt door de inzet van allerlei chemische middelen.
Een onderhoud over dit onderwerp met het PCF (Proefcentrum voor de Fruitteelt) wakkert de interesse aan van de onderzoekers om een determinatie te doen van de aanwezige populaties schimmels en gisten in een onbehandelde boomgaard in vergelijking met een behandelde. Een uitgebreidere studie van de antagonismen die spelen en de invloed van de genetische diversiteit in een aanplant kan in de toekomst het onderwerp uitmaken van een onderzoeksproject.  

 

 

© 2014 Boomgaardenstichting